Ik kan nog steeds niet vliegen – Anna Woltz

onder Jeugd, Oorlog met 1 reactie op 17 augustus 2017

‘Ik ga,’ schreeuwt Luuk naar boven. ‘Tot over drie maanden!’ Hij pakt zijn koffer en trekt de voordeur open. Maar dan hoort hij snelle voetstappen op de trap. ‘Wacht even,’ groept zijn moeder. Op de laatste trede blijft ze staan. ‘Ik ga natuurlijk mee naar de bus.’

‘Nee hoor,’ zegt Luuk. ‘U gaat helemaal niet mee.’ Hij kijkt haar aan. Haar donkere haar zit in een knot, maar in haar hals dansen altijd een paar ontsnapte krulletjes Ze is mooi misschien, maar dat wil hij niet zien.

Hoe ik bij dit boek kwam

Anna Woltz kende ik vóór het lezen van dit boek al van haar lichtelijk absurde, maar erg mooie boeken Honderd uur nacht en Gips, waarin de grenzeloze kinderfantasie en de onschuld van de jeugd centraal staan. Toen ik dit boek in de catalogus van uitgeverij Querido tegenkwam en het beschreven werd als een sprookje dat zich afspeelt kort na de Tweede Wereldoorlog, werd mijn belangstelling gewekt: ik hou van dat soort verhalen en Anna’s schrijfstijl leek me hier perfect voor. Toch had ik geen hele hoge verwachtingen, omdat het boek wel echt voor jongere kinderen geschreven was en ik er vaak niet helemaal in slaag om met een kinderbril naar het boek te kijken. Gelukkig bleek dat bij Ik kan nog steeds niet vliegen ook niet per se nodig te zijn.

Waar het over gaat

De dertienjarige Luuk gaat kort na de bevrijding in 1945 met nog een heleboel andere kinderen naar Denemarken, om weer op krachten te komen en sterker te worden na de gruwelen van de hongerwinter. De reis is al een avontuur op zich, zeker wanneer hij Ida ontmoet: een fel meisje dat erg somber is en zelfs de Duitsers verdedigt. Eenmaal in Denemarken blijkt dat Luuk en Ida samen bij hun Deense gastouders gaan wonen, en daar ontdekt Luuk langzaam maar zeker meer over wat er met Ida aan de hand is. Een teruggekeerd koetspaard, een aantrekkelijke boerendochter en het Deense boerderijleven zetten voor beide kinderen veranderingen in gang die ze niet hadden zien aankomen.

Wat ik ervan vond

Woltz beschrijft in Ik kan nog steeds niet vliegen een stukje van de oorlog waar weinig over bekend is. Toen ik aan mijn moeder vroeg of ze wist dat Nederlandse kinderen na de bevrijding naar Denemarken gingen om te herstellen van de hongerwinter, zei ze dat ze alleen wist dat er kinderen naar Groningen gingen, niet naar Denemarken. Ik vond het enorm interessant om hierover te lezen en Woltz heeft het met een mooie, rustige maar intense schrijfstijl heel sfeerrijk en gedetailleerd neergezet, als een mooi lichtpuntje zo vlak na de verschrikkingen van de oorlog. De schrijfstijl leest fijn weg en de korte hoofdstukjes zitten vol interessante gebeurtenissen en leuke personages, waardoor je je zeker niet zult vervelen.

Naoorlogse leven

Maar het verhaal gaat ook verrassend ver de diepte in: het wordt al snel duidelijk dat Luuk en Ida elk hun eigen verhaal hebben en niet zonder kleerscheuren uit de oorlog zijn gekomen. Door hun herinneringen, gedachten, angsten en emoties die heel levendig naar voren komen, wordt treffend beschreven wat voor impact de oorlog eigenlijk op kinderen heeft. Woltz laat met het verhaal zien dat de taferelen van de bezetting door iedereen anders werden beleefd, dat veel kinderen veel te vroeg volwassen moesten worden en bestolen werden van hun jeugd en dat elk huisje wel zijn oorlogskruisje had. Het mooiste voorbeeld van deze sterke thematiek is de titel: dat de oorlog voorbij is, betekent niet dat het leven en de toekomst weer vrij en rooskleurig zijn – verre van.

Magie

Ik vond het heftig, maar ook erg mooi om gaandeweg te ontdekken wat Ida en Luuk hadden meegemaakt en hoe dat hen heeft veranderd. De manier waarop Ida zich wanhopig vastklampt aan de mogelijkheid dat er nog hoop is, de manier waarop Luuk probeert te verdringen en te vergeten wat er is gebeurd en de manier waarop ze allebei uiteindelijk meer gaan begrijpen van hoe grote mensen en de grote wereld in elkaar zitten, heeft me geraakt. Want juist doordat Luuk en Ida zo verschillend zijn, maken ze iets in elkaar los en daarmee ook in zichzelf. En dat is de magie van die kinderlijke onschuld en onbegrensdheid die Woltz zo goed weet te vangen.

Fris en hoopvol

Die magie zit ‘m ook een beetje in de ontwikkeling die Luuk en Ida doormaken: ze zitten allebei tussen kind en volwassen zijn in en door de mensen die ze op de boerderij ontmoeten – vooral Kirsten de onverschrokken, wijze boerendochter – ontdekken ze langzamerhand hun puberteit, maar ook wat het betekent om een doel in je leven te hebben, om verantwoordelijkheden te hebben, om je verleden los te laten en om te begrijpen wat er eigenlijk omgaat in andere mensen. Daarin merk je heel erg hun kinderlijke visie en dat geeft het verhaal iets fris, iets hoopvols.

Conclusie

Ik kan nog steeds niet vliegen is een boek dat fijn en gemakkelijk leest. Het verhaal is boeiend, de personages zijn leuk om te volgen en de thema’s zijn erg sterk: naarmate je dichter bij het einde komt, ga je steeds meer van het grote plaatje zien en dat is de kracht van het boek. Hoe meer je te weten komt en begrijpt, hoe dieper de lagen gaan over de impact van de oorlog en de groei naar volwassenheid. En daarmee heeft Woltz een boek geschreven dat een pareltje is voor de kinderboekencollectie: leuk om te lezen, leerzaam en ook voor de oudere lezer mooi om in weg te duiken.

Titel: Ik kan nog steeds niet vliegen
Auteur: Anna Woltz | bekend van: Gips
Uitgeverij: Querido (eerste druk bij Leopold)
Verschenen: maart 2017 (eerste druk 2012)
Aantal bladzijden: 184
Genre: historisch jeugdboek
Beschikbaar als: hardcover, ebook
ISBN: 9789045120508
| Goodreads | Bol.com | Auteurssite |

Uitgeverij Querido, bedankt voor het recensie-exemplaar!


Gerelateerde berichten:


Reacties