Dít is hoe je mooie lezers kweekt: een reactie op het ”pulp”-artikel van De Volkskrant

Dít is hoe je mooie lezers kweekt: een reactie op het ”pulp”-artikel van De Volkskrant

De wereld van kinder-, jeugd- en jongerenliteratuur stond afgelopen week op zijn kop naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant, van de hand van een hoogleraar letterkunde en een docent Nederlands. In het stuk wordt de Jonge Jury-prijs geanalyseerd, maar eigenlijk is het vooral een hartverscheurend afkraken van de moderne jeugdliteratuur en het ophemelen van het elitaire equivalent van de volwassen canon. En daar moet ik, als afgestudeerd docent Nederlands met ervaring met fictieonderwijs, boekenblogger met een flinke hoeveelheid kritische artikelen over de boekenwereld en fervent lezer toch even het een en ander over kwijt.


Elitaire prijzen

Ten eerste: er wordt in dit artikel nogal neergekeken op alle jeugd- en jongerenliteratuur die, laten we zeggen, niet bekroond is met een Gouden Griffel of een andere prijs die prestigieuzer is dan de Jonge Jury… met andere woorden: een prijs waarvan de jury niet bestaat uit kinderen, oftewel de lezers zelf. Opvallend daarbij is dat een boek als Lampje van Annet Schaap in de afgelopen jaren enorm in de prijzen is gevallen, maar dat het uiteindelijk vooral geroemd en geloofd wordt door volwassen lezers. Er zullen vast ook kinderen zijn die het prachtig vinden, daar twijfel ik beslist niet aan, en de liefhebbers zullen vast ook wel mensen zijn die een beetje verstand hebben van kinderboeken. Maar gaat het over de Jonge Jury, of over de Prijs voor het Beste Boek voor Jongeren – nog zo’n leuk stokpaardje – dan is het hek van de dam en zijn er niet genoeg woorden om alle kritiek te uiten. Men is pas tevreden als er ook op deze lijsten titels van literair kaliber staan, lijkt het, want iets anders is geen prijs waardig, toch?

Plukken en pluizen

Kijk maar naar de inleiding van het artikel van professor Van Dijk en mevrouw Klaver: we zouden ‘mooie lezers’ nodig hebben, oftewel lezers die op academisch niveau kunnen lezen en voor hun plezier boeken kiezen die ze kunnen uitpluizen en waar ze over kunnen filosoferen.  Nu is het natuurlijk top als je het leuk vindt om op die manier te lezen, al plukkend en pluizend: ik vind het soms ook best leuk om een beetje te graven in wat een auteur doet en daarop te reflecteren, zeker als het boek in kwestie daartoe uitnodigt. Maar dat vind ik niet de definitie van een ‘mooie lezer.’ Een ‘mooie lezer’ is iemand die uit vrije wil een boek naar vrije keuze leest en daar een vrije beleving in heeft.

Niet toe doen

En om nou van kinderen te verwachten dat ze zich ontpoppen tot ‘mooie lezers’ die altijd iets verrijkends halen uit wat ze lezen, en dan de ontlezing te wijten aan dat er ”steeds minder ‘mooie lezers’ zijn”, dat vind ik op zijn zachtst gezegd nogal cru. Dat suggereert namelijk dat elke lezer een mooie lezer moet zijn en dat een bepaald boek lezen puur omdat je ervan geniet, zonder er iets meer uit te willen halen dan gewoon lekker lezen, eigenlijk een no-no is. En dat is de grootste onzin ooit, en een van de grootste problemen in het huidige boekenlandschap: dat er wordt gesuggereerd dat je er als lezer niet toe doet als je Bridgerton en Geek Girl leest in plaats van, weet ik veel, Marcel Proust en Sylvia Plath, of The falling in love montage en Twilight in plaats van Connie Palmen en Neil Gaiman.

Inferieur

De waarheid is: ontlezing heeft niets te maken met dat er steeds minder ‘’mooie lezers’’ zouden zijn. Nee, ontlezing ontstaat doordat we a) die boodschap van minderwaardige lezers en minerwaardige boeken bewust en onbewust verspreiden, b) het breed, verkennend én pleziergestuurd lezen te weinig stimuleren en c) te veel focus leggen op het verplichte – en dan vooral het verplichte academisch lezen. Dát is wat ontlezing is: het willen lezen wordt verkeerd gedefinieerd en dus verkeerd gepromoot. Je moet de goede boeken lezen, anders telt het niet, en dus is leesplezier eigenlijk inferieur aan leesgedrag.

Natuurlijk is dat niet in alle kringen van de boekenwereld de norm… maar in de ‘hogere’ journalistiek, in de onderwijskritiek en binnenskamers bij de meest prestigieuze boekenprijzen is het wel het geval.  Een boek dat alleen plezierig is om te lezen? Ha, nee, er is meer nodig dan dat.

Onderwijs, onderwijs, onderwijs

En tot op zekere hoogte is dat bij jonge lezers ook zo: het klopt dat ‘’als ze maar lezen’’ geen excuus mag zijn om dan maar niet aan dieper gravend fictieonderwijs te doen. Leesplezier alleen is namelijk ook niet per se een garantie voor  meer leesmotivatie: verliefd worden op een boek betekent niet automatisch dat je op nog duizend boeken verliefd wilt worden, want sommige mensen lezen één keer in hun leven een boek, genieten daar enorm van en raken er verder nooit meer eentje aan. Maar ze zijn wel met elkaar verbonden, en de gemene deler is onderwijs, juist omdat dat jonge lezers een sleutel in handen kan geven waarmee ze een schatkist kunnen openen. Docenten zijn degenen die met kinderen moeten praten over ”de stilistische, inhoudelijke, culturele en morele inhoud” van een boek – op toegankelijke wijze, met interessante opdrachten. Zij kunnen jonge lezers leren ontdekken dat je nog ontiegelijk veel meer kunt doen met een boek dan het alleen maar woord voor woord lezen, dat je er dingen van kunt vinden en dat dat heerlijk ingewikkeld kan zijn. Zij kunnen hen met verschillende soorten boeken hun leescompetenties helpen ontwikkelen, worden de leesbeleving en dus het leesplezier en dus de leesmotivatie steeds meer geprikkeld. En dat ís hoe je echt mooie lezers kweekt – en of ze dan op hun zesentwintigste uiteindelijk eindigen met Arthur Japin of Anna Todd of allebei, maakt geen klap uit.

Niet verdiend

Het breekt dan ook mijn hart dat de Volkskrant de Jonge Jury-boeken wegzet als ‘pulp’, wat ontzettend denigrerend is voor de jeugdliteratuur, vooral omdat hun ‘lectuur’-equivalent à la Lydia Rood of Wim Kleft eerder semi-literatuur is (Rood) of niet past bij de doelgroep (Kleft). Boeken op de Jonge Jury-lijst zijn niet schadelijk, nee: het zijn dit soort uitingen die schadelijk zijn voor leesplezier en leesmotivatie en voor het imago van jeugd- en jongerenliteratuur – dat nu ook al veel te verduren heeft. Het zijn dit soort opmerkingen die ontlezing nog verder in de hand werken, terwijl er in het landschap van de jeugdliteratuur zo godvergeten hard wordt gewerkt – met boeken, maar ook met campagnes en programma’s – om juist die ontlezing aan te pakken. Dit is gewoon niet verdiend en absoluut niet terecht.

Niet het recht

Ik vind niet dat de auteurs van dit artikel het recht hebben om boeken die het goed doen bij een groot publiek af te schilderen als ”armoedig.” Ben ik zelf fan van Mel Wallis de Vries? Nee. Heb ik meerdere van haar boeken gelezen om te begrijpen waarom ze populair zijn? Ja, absoluut. Ik snap volledig waarom deze boeken het keer op keer goed doen op de shortlist. En een boek afschrijven, of in dit geval een hele doelgroep afschrijven, is niet aan journalisten. ”Met lelijke teksten kweek je geen mooie lezers” is onzin, want het zijn de lezers zelf die bepalen of het een mooie of lelijke tekst is. ”In het lesmateriaal van de Jonge Jury worden deze competenties niet aangesproken” is ook onzin. Hoe weet je namelijk zo zeker dat er in brugklassen en groep 7- en 8-klassen geen verhitte discussies en diepgaande gesprekken zijn gevoerd over deze boeken en waarom ze zo goed zijn, en wat er misschien minder goed aan is? Dit getuigt van weinig fiducie in het fictieonderwijs. De schrijvers van dit artikel geven puur af op het feit dat boeken van bijvoorbeeld Chinouk Thijssen en Margje Woodrow een standaardformule van ”van kick naar kick jagen” zouden volgen, maar weten ze echt wat deze boeken onderscheidt van het werk van Mel Wallis de Vries? Ik vraag het me af. Bovendien, wie zegt dat de lezers zelf niet enorme monologen hebben gehouden over de ontwikkeling van de personages, de (on)voorspelbaarheid van de plot, het effect van de schrijfstijl op de leeservaring of de psychologische twists? Wie zegt dat de lezers zélf geen steengoede argumenten hadden om deze boeken goed te vinden? Het ene jeugdboek is het andere niet, en de populariteit van Mel Wallis de Vries betekent niet dat succes besmettelijk is of dat zij standaardformules gebruikt die door andere auteurs worden overgenomen – als dat zo was, dan had zij noch één van de andere thrillerauteurs keer op keer de shortlist gehaald, want dat doorzien jongeren absoluut, al heeft het artikel weinig lovende woorden over voor de literaire competentie waar ze wel degelijk over beschikken.

Lezen wat je leest

Er is niets mis met spannende boeken leuk vinden: niet als daar ook met kinderen over gepraat wordt, zodat ze ook kritisch leren nadenken: niet alles wat ze lezen hoeft een literair hoogstandje te zijn, zeer zeker niet. Het gaat er veel meer om dat ze leren bedenken waarom een boek dat wel of niet zou zijn, waarom ze vínden dat het dat wel of niet is, en om ze zo te ondersteunen in hun vorming als lezer. Ik vind het zelf eigenlijk vaak alleen maar leuk om te bedenken ‘’dit is nou niet bepaald een literair boek te noemen, want… maar dat boeit me lekker geen sikkepit.’’ Ook dat is namelijk een literaire competentie: weten waarom je leest wat je leest en waarom je iets anders niet leest, en wat het betekent dat je bepaalde dingen wel of niet leest.

Trappenhuis

Ja, kinderen moeten gestimuleerd worden om op basis van literatuur zichzelf, de mensen om hen heen en de wereld waarin ze leven beter te leren ontdekken en begrijpen. Maar dat betekent niet dat we ze op de basisschool al om de oren moeten gaan slaan met wat wij bestempelen als jeugdliteratuur – alsjeblieft zeg, op de middelbare school worden ze al doodgeslagen met verplichte lijsten. Nee, er moet iets anders gebeuren: het fictieonderwijs moet beter. Hoe doen we dat? Door al vanaf groep 3/4 voor te lezen, zelf lezen te stimuleren en leerlingen te helpen ontdekken wat ze leuk vinden door ze te laten kennismaken met van alles en nog wat. Dat zet je in elke klas voort, en in elke klas breid je het iets uit met boeken die nét weer even anders zijn en waarover ze nét weer even andere gesprekken kunnen voeren. Van Annet Schaap tot Anna Woltz en van Chinouk Thijssen tot Buddy Tegenbosch. Punt is namelijk: als op de basisschool leesplezier en leesmotivatie op gang komen, dan zijn ze op de middelbare school beter voorbereid op het lezen van boeken die nóg een stukje verder buiten hun comfortzone gaan. Lezen moet een verkenningstocht zijn en blijven, en er is zo ontzettend veel aan jeugd- en jongerenliteratuur dat we kinderen kunnen laten zien wat er allemaal is en wat je daarmee kunt en ze tegelijkertijd steeds een treetje hoger kunt brengen in de richting van volwassenenliteratuur – en uiteindelijk zullen ze je hand op hun rug niet meer nodig hebben en zelf kunnen bepalen of ze hoger willen of terug willen, om later nog eens de volgende tree te proberen. Het Nederlandse literaire landschap is een trappenhuis dat nergens heen gaat en waarin we kinderen kunnen leren verdwalen, dwalen, rennen en vliegen – is er iets mooiers dan dat?

Open de poort

Laten we jeugdboeken alsjeblieft geen pulp noemen. Ik denk dat ik voor heel Nederland spreek als ik zeg dat ik kinderen en jongeren die heerlijke liefde voor het lezen gun, en dat ik het ze gun om zichzelf terug te zien in boeken, om te worden meegevoerd door goeie plots en bijzondere schrijfstijlen en buitengewone werelden. En ”Een shortlist die wordt opgesteld door specialisten?” Laten we dat alsjeblieft niet doen, want dat gaat compleet voorbij aan de fundering van de Jonge Jury om jonge lezers zélf een stem te geven. Laten we die jonge lezers alsjeblieft ook eens serieus gaan nemen in plaats van ons blind te staren op simpliciteit en dingen die helemaal niet aan de orde zijn. Pulp bestaat niet: het komt voort uit het continue elitaire verlangen om lezen tot een hogere kunst te verheffen, terwijl het dat niet is en niet hoeft te zijn. De auteurs van het artikel roepen om meer waardering voor de Nederlandse literaire cultuur in het onderwijs, maar laten we dan ook accepteren dat die cultuur allang niet meer alleen bestaat uit Annet Schaap, Lydia Rood en Bart Moeyaert. Laten we de poorten alsjeblieft opengooien voor al die nieuwe auteurs die de mooie boeken kunnen schrijven die kinderen willen lezen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top