Lezen als luxe: heeft je achtergrond invloed op je leesgedrag?

onder Leeswetenschap met 2 reacties op 3 maart 2020

Lezers worden niet geboren, maar gemaakt. Het is algemeen bekend dat kinderen die thuis veel voorgelezen worden en ook vaak hun ouders en misschien broers of zussen zien lezen, sneller echt van lezen gaan houden dan kinderen die thuis maar weinig boeken tegenkomen. Ook de invloed van docenten die veel (voor)lezen en het lezen op een positieve manier promoten (zonder bemoeienis van boekverslagen en leeslijsten) kunnen veel impact hebben. Natuurlijk zijn er uitzonderingen: soms is een toevallige aanvaring met een boek net zo krachtig als het lezen met de paplepel ingegoten krijgen… maar de rol die boeken spelen wanneer je opgroeit is wel heel significant. En dat gaat natuurlijk nog veel verder: niet alleen de leesliefde, maar ook het leesgedrag wordt sterk beïnvloed door je achtergrond. Hoe zit dat?

Het één is het ander niet

Een kind van ouders met een hoog inkomen en veel literatuur en wetenschappelijke non-fictie in de kast wordt misschien wel een andere lezer dan een kind van ouders met geldproblemen die geen geld hebben voor boeken. Een kind van wie de ouders pas enkele decennia in Nederland wonen zal met andere boeken in aanraking komen dan een kind van ouders met een gemengde afkomst. Een meisje krijgt, ook anno 2020 nog, andere boeken te lezen dan een jongen (al is dat een geheel andere discussie). Een kind dat opgroeit met Harry  Potter als voorleesboeken wordt een ander soort lezer dan een kind dat vanwege zijn geloofsovertuiging geen fantasieboeken mag lezen. Een kind van gescheiden ouders leest bij papa misschien heel veel en bij mama juist helemaal niet, en het leest dan ook weer heel andere dingen dan het klasgenootje dat opgroeit met twee vaders, twee moeders, of maar één ouder. Een kind van een geschiedenisleraar leest hoogstwaarschijnlijk andere boeken dan een kind van een zeer feministische moeder. Een kind dat met veel vrijheid en openheid wordt opgevoed, leest misschien ook wel heel andere boeken dan een kind dat zich aan veel regels leert houden en van wie veel verwacht wordt.

Niet alleen en niet de enige

Wat we meekrijgen, meemaken, bepaalt hoe we ons ontwikkelen, hoe we kijken naar wat er om ons heen gebeurt en naar de dingen in ons leven, maar het bepaalt ook – bewust en onbewust – hoe onze smaak zich ontwikkelt en welke keuzes we daarbij maken. Onze achtergrond geeft ons interesses, behoeftes, nieuwsgierigheid en vragen mee, en vanuit die invalshoeken gaan we op zoek naar waar we een klik mee zouden kunnen hebben. Aan de ene kant betekent dat dat we nieuwsgierig zijn naar wat we zelf niet zien, naar dingen die het compleet andere uiterste van ons eigen referentiekader zijn, en aan de andere kant ontstaat er bij ons een drang naar herkenning, een hunkering naar weerspiegeling en vertegenwoordiging. Dat is (maar ook dat is een andere kwestie) ook de reden dat diversiteit zo belangrijk is: of het nou gaat om verlies of een bijzondere gezinssamenstelling, om etnische achtergrond of een handicap: al heel jong willen kinderen weten, beseffen, dat ze niet alleen én niet de enige zijn. Dat er anderen zijn zoals zij, die met dezelfde dingen worstelen en dezelfde dingen denken, voelen en meemaken.

Keuzes

Tegelijkertijd bepaalt onze achtergrond, ons referentiekader, ook hoe wij bijvoorbeeld boeken lezen en films kijken. Iemand die, zoals dat in het Engels zo mooi heet, able-bodied is, zal anders naar een boek met een gehandicapt hoofdpersonage kijken dan ervaringsdeskundigen zoals ik dat doen. Iemand die christelijk is, leest een boek over een islamitisch personage anders dan iemand die atheïst is. En laten we nog even teruggaan naar het schetsje hierboven: het kind van de feministische moeder zal waarschijnlijk anders naar liefdesverhalen kijken dan het kind van gescheiden ouders. Een kind dat zijn ouders vooral literaire romans ziet lezen, kijkt anders naar Harry Potter dan een kind dat is opgegroeid met alleen jongens- of juist alleen meisjesboeken. Een meisje zal later anders kijken naar chicklits en feelgoodromans als haar ouders daar altijd op hebben afgegeven en een kind dat thuis nooit poëziebundels in de kast heeft zien staan, zal daar anders over denken dan het kind dat altijd sprookjes voorgelezen kreeg. De mogelijkheden zijn eindeloos, en het moge duidelijk zijn: we nemen bewust én onbewust heel veel mee uit onze achtergrond als we keuzes maken over wat we wel en niet willen lezen en waarom en als we proberen te begrijpen wat we van een boek vinden en waarom.

Cultureel kapitaal

Maar het wordt nog interessanter. Volgens een artikel van Book Riot en een Australisch onderzoek bestaat er ook zoiets als cultureel kapitaal, oftewel de kennis die je hebt over culturele fenomenen. Je achtergrond bepaalt namelijk niet alleen of je affiniteit hebt met bijvoorbeeld Margaret Atwood, Stephen King, Les Misèrables, We Should All Be Feminists, Jane Austen, Bouquetromans, stripromans en Harry Potter, maar ook in hoeverre je er überhaupt bekend mee bent. Het is een soort algemene ontwikkeling: je hoeft niet per se alle werken van William Shakespeare op te kunnen noemen, maar er is een verschil tussen een blanco ‘’wie?!’’-reactie en een belletje dat gaat rinkelen… en zo is het ook met bijvoorbeeld Griekse mythologieverhalen, het kerstverhaal, de sprookjes van Grimm, Charles Dickens en noem maar op. Het onderzoek moet je, toegegeven, met een korrel zout nemen, aangezien het mensen nogal over één kam scheert en er ook nog zoiets bestaat als een persoonlijke caleidoscoop van interesses en gewoontes, en bovendien legt het een beetje vreemde verbanden: dat je inkomen in een lagere klasse valt, betekent namelijk natuurlijk niet dat je dan ook alleen maar supermarktromans leest en dat je een mastergraad hebt behaald, betekent ook niet dat je je neus ophaalt voor thrillers of YA of romanceboeken.

Lezen als luxe

Toch is het wel interessant: het linkt mijn affiniteit met Margaret Atwood en Jane Austen aan een hoge opleiding en een hogere sociale klasse. En daar komt de ‘’lezen als luxe’’-invalshoek tevoorschijn. Hoewel het ene huishouden het andere uiteraard niet is, denk ik dat er over het algemeen wel iets te zeggen is over in hoeverre mensen toegang hebben tot en geïnteresseerd zijn in bepaald cultureel kapitaal – dat ik hier even herdefinieer als de cultuurfenomenen die je in je dagelijks leven verkiest. Als jij je in wat hogere kringen begeeft, zal het lezen van literaire klassiekers en Nobelprijs voor de Literatuur-winnaars misschien wat meer in de lijn der verwachting en vanzelfsprekendheid liggen, terwijl geldproblemen er bij een ander misschien voor zorgen dat zelfs de supermarktromans van één of twee euro onderaan het ‘’meepakken als er genoeg geld voor is’’-lijstje belanden. Een bibliotheekabonnement is voor iemand met een hoog inkomen misschien een no-go omdat hij het geld liever uitgeeft aan eigen boeken, boekenboxen en ebook-abonnementen, terwijl het voor iemand met minder geld een no-go is omdat dat geld gewoon ergens anders naartoe moet.  Of je dan van F. Scott Fitzegerald of Lucinda Riley houdt, doet er in wezen niet toe: lezen is een luxe die je je dan gewoon niet kunt veroorloven, misschien ook wel omdat alle tijd die je hebt opgaat aan extra baantjes of omdat je liever voor een tv-abonnement kiest ter ontspanning dan voor boeken.

Leesontwikkeling en achtergrond

En zo werkt het dus twee kanten op: als je opgroeit in een financieel instabiel milieu, zul je misschien minder snel opgroeien als lezer, en misschien ook minder snel op het spoor komen van auteurs als Toni Morrison, Neil Gaiman, Haruki Murakami en Harper Lee, misschien ook wel omdat je je daar niet hoogopgeleid of intelligent genoeg voor voelt of omdat je niet bent opgegroeid met praten over literatuur. Tegelijkertijd zul je, als je het financieel wel comfortabel hebt, misschien sneller voorbij gaan aan genres als stripromans, YA en feelgood. Je achtergrond levert namelijk zowel sociaaleconomisch als sociaal-cultureel een grote bijdrage aan wat we de leesontwikkeling zouden kunnen noemen.

Deuren

Natuurlijk is dit allemaal echt niet waterdicht. Als ik naar mezelf kijk, kloppen mijn leesgewoonten eigenlijk helemaal niet zo met mijn achtergrond: ik heb het van kleins af aan meegekregen, maar in plaats van de literaire romans en klassiekers waar mijn moeder en zus zo van houden en die op mijn lerarenopleiding Nederlands gepromoot worden, lees ik veel liever de wat luchtigere YA- en feelgoodgenres, en mijn interesse in poëzie en non-fictie is ook gewoon gaandeweg ontstaan. Ik denk dat dat ook belangrijk is om te onthouden: je achtergrond bepaalt misschien wel welke deuren op een kiertje worden gezet, maar het is uiteindelijk aan jou om te beslissen welke deuren je verder open wilt maken, welke je wilt dichttrekken en welke je wilt openen ook al zitten ze nog potdicht.

Literair kapitaal

Jen Sherman zegt in het Book Riot-artikel: ‘’In reality, I think my reading reflects my social class and upbringing moreso than my level of education and profession.’’ En zo voel ik het eigenlijk ook: ik ben opgevoed en opgegroeid met een liefde voor lezen en bovendien – en bovenal – met de vrijheid om te ontdekken wat ik graag wilde lezen, van Harry Potter tot Carry Slee, en mijn ouders en docenten hebben me daarin nooit een strobreed in de weg gelegd. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik van boeken ging houden en hoe breder mijn smaak ook werd, mede doordat ik het wereldje van boeken en lezen beter leerde kennen – met dank aan het bloggen – en doordat ik mezelf als lezer beter leerde kennen. Ik groeide, kwam dingen tegen, leerde nieuwe genres en auteurs kennen en daardoor is dat wat we misschien wel het beste mijn literair kapitaal kunnen noemen verrijkt, maar vooral veranderd.

Sociale klasse vs. smaak?

Ik denk dat we niet te veel bezig moeten zijn met in hoeverre ons karakter als lezers beïnvloed dan wel bepaald wordt door zaken als  sociale klasse en opleidingsniveau. Veel interessanter is het om te kijken naar de rol die onze achtergrond speelt: wat hebben we van huis uit meegekregen en hoe is dat terug te zien in wat we lezen? Hebben we de deuren open geduwd die voor ons op een kier zijn gezet of juist ons volle gewicht tegen heel andere deuren gegooid? Hebben we met ons leesgedrag misschien laten zien dat opleidingsniveau en inkomen ook lang niet alles zeggen over wie we zijn en wat we in onze mars hebben… of juist dat sociale klasse en smaak twee hele verschillende dingen zijn?

Groente en taart

Als we één ding is dat we van dit onderwerp kunnen leren, dan is het dit: of kinderen lezers worden en zo ja, wat voor lezers dan, is iets waar we veel meer invloed op hebben dan we denken. Ik denk dat dat iets is wat we met z’n allen moeten onthouden: het ligt niet binnen onze macht om kinderen lezers voor het leven te laten worden, maar wel om te proberen die kans te vergoten: door het lezen zo aantrekkelijk mogelijk te maken, door het goede voorbeeld te geven, door boeken een vanzelfsprekend onderdeel van het huishouden te maken, door schoolbibliotheken en een gratis bibliotheekabonnement voor iedereen tot achttien jaar, en vooral ook door zoveel mogelijk deuren open te zetten in die geweldig wondere wereld van het lezen, zodat kinderen zoveel mogelijk genres en auteurs leren kennen en kunnen leren dat hun sociale klasse niets zegt over hun smaak of over wie ze zijn. Lezen en literatuur zijn niet elitair: ook als je weinig geld hebt, zijn er genoeg mogelijkheden om kennis te maken met alle uithoeken van de boekenwereld, en ik denk dat ook ouders moeten onthouden dat een kleine beurs niet betekent dat ze hun kinderen niet kunnen laten opgroeien met Shakespeare of Hemingway of Austen, of juist met Kinsella, Boyne, Zafón, King, Montefiore… noem het maar op.

Zoals leesjournalist Pamela Paul zegt in een artikel van The Atlantic: ‘’the aim is to present reading not as “spinach,” but as “chocolate cake.” Een lezer worden is niet verplicht groentes eten, maar meegenomen worden naar een taartenwinkel met een walhalla aan heerlijke smaken, ongeacht welke taart er thuis altijd wordt gebakken.

Herken jij jouw achtergrond in je leesgedrag?


Gerelateerde berichten:


Reacties

  • Ik ben heel erg met lezen opgevoed. Toen ik klein was werd ik voorgelezen en er waren altijd boeken in huis. Ik ben dan ook altijd een lezer geweest. Wel merk ik dat mijn studie Nederlands ervoor gezorgd heeft dat ik minder geniet van bijvoorbeeld YA en juist veel meer Nederlandse moderne literatuur ben gaan lezen. Overigens ben ik daarnaast Filmwetenschap gaan doen terwijl ik eigenlijk totaal niet met film opgevoed ben. Daardoor heb ik de afgelopen paar jaar enorm veel geleerd en zoveel films leren kennen die ik vroeger waarschijnlijk echt niet gewaardeerd of überhaupt niet gekend zou hebben. Ik merk dat vrienden die veel films kijken daar grote invloed op hebben en erover kunnen praten stimuleert enorm. Ik denk dan ook dat dat een sleutel is om mensen te laten lezen of films te laten kijken; geef ze een mogelijkheid om van gedachten te wisselen erover. Gelukkig wordt dat wel steeds makkelijker met sites als Goodreads/Hebban voor boeken en Letterboxd voor films en ben je niet per se afhankelijk van je directe omgeving.

  • Wat een mooie blog! Echt heel interessant om te lezen. Ik werk als docent Nederlands op een school in een wijk in Amsterdam waar boeken in de kast niet vanzelfsprekend zijn en veel taalachterstand heerst, maar ik merk dat veel leerlingen -zeker in de onderbouw- heel erg open staan voor boekentips en echt enthousiast kunnen raken over boeken. Met name als ze zichzelf in de personages kunnen herkennen. Ik hoop dan ook dat dit tripje naar de taartenwinkel (onze mediatheek met fantastische boeken!) ze toch een soort voorliefde meegeeft die ze de rest van hun leven bij zich houden.