Real talk | Is YA representatief genoeg voor tieners?

onder Boekwetenschap met 0 reacties op 15 mei 2018

Young Adult-boeken worden in hoge mate gelezen door tieners. Niet zo gek ook, aangezien de meeste YA-hoofdpersonen zelf ook rond de vijftien á zestien zijn: dan zit je midden in je middelbare schoolcarrière en moet je dealen met allerlei thema’s als je eerste liefde, seksualiteit, je toekomst en natuurlijk de gevreesde identiteit. Maar hoe herkenbaar zijn de personages in YA-boeken eigenlijk voor tieners? Hoe realistisch is het wat de hoofdpersonen meemaken? En in hoeverre geeft het YA-genre echt een afspiegeling van wat er gebeurt in je leven als je in deze fase zit? Oftewel… hoe representatief zijn Young Adult-boeken eigenlijk?

Vanzelfsprekend

In feite is het eigenlijk een vanzelfsprekendheid: we verwachten van YA-boeken dat ze in zekere mate realistisch zijn, want dat is toch wel een belangrijke voorwaarde van geloofwaardigheid. Is het allemaal een beetje vergezocht of onrealistisch, dan haken we snel af. En ook de personages moeten voor ons realistisch en herkenbaar zijn, want anders lijkt het boek al snel slap en inhoudsloos. Maar realisme en representatie hebben veel meer om het lijf dan je misschien zou denken: als dit is wat jongeren lezen, dan betekent dat dat ze ook een voorbeeld zouden kunnen nemen aan de personages en dat ze hun leven zouden kunnen spiegelen of modelleren aan het verhaal. En dan wil je de juiste boodschap afgeven, de juiste indruk achterlaten. Je wilt een beeld schetsen van het echte leven en van echte mensen – maar in hoeverre gebeurt dat echt?

Escapisme

Eén van de tofste en belangrijkste dingen aan het YA-genre is dat het veel discussie oproept. Je kunt eindeloos praten over wat belangrijk is bij deze boeken, over de helden in dystopische YA-sensaties, over thema’s en diversiteit en emancipatie van het genre. En je kunt ook eindeloos debatteren over hoe representatief het is voor de tienerdoelgroep, zo blijkt uit een artikel van mijn grote vriend Book Riot. Wat ik interessant vind aan het in dat artikel beschreven debat, is de gedachte dat representatie en herkenbaarheid misschien niet eens zo belangrijk zijn als we denken: natuurlijk is herkenbaarheid goed, maar… lezen we niet ook juist om te ontsnappen aan onze eigen werkelijkheid in plaats van er nog maar weer eens mee geconfronteerd te worden? Misschien moeten we ook beseffen dat het soms meer om escapisme draait dan om representatie.

Belevingswereld

Dat gezegd hebbende: ik denk dat bij contemporary YA-boeken representatie wel erg belangrijk is. Die verhalen draaien namelijk om de realiteit waarmee tieners elke dag in aanraking komen, om de keuzes die ze zelf moeten maken en de mensen die ze zelf ontmoeten. Eén van de functies van YA-boeken moet wat mij betreft ook zijn dat het de belevingswereld van jongeren zichtbaarder en begrijpelijker maakt, en daarvoor is representatie logischerwijs van belang. Dat veel auteurs dat ook begrijpen, blijkt wel uit het feit dat zij er soms heel goed in slagen om, vanuit hun eigen ervaringen, die belevingswereld neer te zetten.

Durven

Laten we dan even niet denken aan dystopische heldinnen die al heel snel weten wie ze zijn en hoe ze de wereld moeten redden en wat liefde is – die dingen weet ik zelfs niet eens – maar laten we denken aan jongeren die fouten maken en moeten dealen met tegenslagen en onzekerheden en dilemma’s en angsten. Ik denk dan graag aan auteurs als Cara Delevingne (Spiegel), Eric Lindstrom (Wat jij niet ziet, Mijn mooiste herinnering eindigt hier) en Daniëlle Bakhuis (Wat als…, De eliminatie) die absoluut niet bang zijn om de lelijke en verdraaid moeilijke en ingewikkelde struggles van opgroeien te laten zien. Dus in dat opzicht vind ik YA zeker representatief, maar alleen als auteurs het aandurven om geen blad voor de mond te nemen en eerlijk te zijn. En of ze dan putten uit eigen ervaringen, doet er weinig toe: het gaat erom dat ze dúrven.

Verschillen en veranderingen

Er is namelijk genoeg geschreven in psychologische en opvoedkundige boeken over wat er allemaal speelt tijdens de puberteit, maar hoe dat daadwerkelijk in elkaar zit is per persoon en ook per omgeving en per leven zo onwijs verschillend. Die onzekerheden en dilemma’s en angsten en keuzes spelen bij elke jongere, maar de manier waarop is geen twee keer hetzelfde. Je zou daarom heel goed kunnen zeggen dat er inmiddels zoveel YA-boeken zijn die zoveel verschillende verhalen vertellen dat er best wel veel mogelijkheden zijn voor representatie. Maar tegelijkertijd verandert er ook zoveel in zo’n hoog tempo dat het nauwelijks bij te houden valt: denk aan alle ontwikkelingen in genderidentiteit, denk aan politieke gebeurtenissen en denk aan de enorme verschillen tussen mensen. Wat representatief is voor jongeren in Amerika, hoeft dat totaal niet te zijn voor Nederlandse pubers. Dat maakt het ook zo lastig om er een oordeel over te vellen.

Uitvergroot

Wat ik uiteindelijk ontzettend belangrijk vind, is dat auteurs een beroep proberen te doen op wat er gebeurt in je hoofd, maar ook zeker in je hart wanneer je jong bent: daar zit maar weinig verschil in, alleen ligt het enorm aan de omgeving en aan wie jij zelf bent hoe je daarmee omgaat. Soms gaat dat niet goed: als auteurs een te groot ding maken van diversiteit of als personages zich te filosofisch of te wijs of te sociaal vaardig gedragen, maar aan de andere kant: uitvergrote thema’s zorgen wel weer voor meer bewustwording en personages die zich misschien overdreven goedontwikkeld gedragen kunnen sterke rolmodellen zijn.

Herkennen om te leren

Ik denk dat YA-boeken naast een sterke representatiefunctie ook een niet te onderschatten voorbeeldfunctie te vervullen hebben. Misschien moeten we het zo bekijken: YA-boeken moeten representatief zijn in die zin dat ze moeten erkennen met welke problemen en conflicten jongeren te maken krijgen en dat ze tegemoet moeten komen aan wat er echt speelt in de belevingswereld van jongeren – uiteindelijk zijn het toch echt meer jongeren dan volwassenen, hoe ‘’jongvolwassen’’ ze ook zijn – en daarnaast moeten YA-auteurs ervoor zorgen dat lezers van hun boek ook kunnen zien hoe ze zich zouden kunnen ontwikkelen. En nee, niet alles hoeft herkenbaar te zijn: soms is escapisme krachtiger. Maar je moet jezelf eerst in een personage kunnen herkennen voordat je iets over jezelf kunt leren van datzelfde personage. En dat is misschien iets waar we meer over na zouden moeten denken. Want elke held was ooit een gewoon iemand.

Vind jij representatie belangrijk in YA-boeken?


Gerelateerde berichten:


Reacties

Er zijn nog geen reacties.